De 10 geboden voor deelnemers (& ouders)
1. Samen maken we plezier
Het plezier op de baan is de basis. Het kan er tijdens de wedstrijd of training fanatiek aan toe gaan, maar je houdt respect voor elkaar.
2. Punten van de tegenstander zijn ook mooi
Je hoeft het niet bij elke bal te doen, maar soms mag je best tegen je tegenstander zeggen mooie bal! Klap eens voor de andere partij. En roep niet bij elke bal die de tegenpartij uit slaat ja, lekker!
3. Rackets zijn om te tennissen
Dit spreekt voor zich: rackets zijn niet bedoeld om mee te gooien of mee te slaan tegen de grond of een hek als je boos bent.
4. Tellen doen we hardop
Met tellen gaan kinderen vaak de mist in, Tel daarom hardop! Dat voorkomt veel onduidelijkheid.
5. Er wordt niet gevloekt
Als je vloekt, vragen we je op je taal te letten. We begrijpen dat je soms wat wilt roepen, maar leer jezelf dan een ander woord aan.
6. Er wordt niet gescholden
Schelden (en ook vloeken) is een gebrek aan woorden. En zal je spel negatief beïnvloeden. Draai dit om, met grappige/lieve woordjes. Dit zal je helpen met je wedstrijd.
7. Ouders zijn geen coaches
Ouders moeten tijdens de wedstrijd hun kind positief aanmoedigen en niet coachen of zich bemoeien met de punten. Als het niet goed loopt ga dan niet zelf ingrijpen, maar haal er iemand bij van de wedstrijdleiding.
8. Iedereen gedraagt zich sportief
Hieronder verstaan we niet alleen sportief gedrag op de baan, maar ook zaken als: kom op tijd, gooi je lege flesje water in de prullenbak, ruim de ballen op, sleep de baan na afloop, geef je tegenstander een hand en drink samen iets na de wedstrijd.
9. Je hebt een voorbeeldfunctie
Laat het voor het publiek een plezier zijn om naar jou te kijken.
10. Fijne wedstrijd!
Waar we ook mee al mee begonnen: spelplezier, daar draait het om. Maak er op de baan samen wat van en probeer er samen uit te komen. Wens elkaar voor je begint een fijne wedstrijd en gun elkaar dat ook.
++